CNV Dienstenbond belicht belangen winkelpersoneel bij besluitvorming over koopzondagen
Geplaatst op: 09-09-2011
Dit voorjaar is CNV Dienstenbond door kleine winkeliers en door medewerkers geïnformeerd...
...over het voornemen van de gemeente Zoetermeer om het aantal koopzondagen te verruimen van 14 naar alle zondagen. Deze winkeliers en vooral ook medewerkers maakten zich ernstig zorgen over dit mogelijke besluit.
In de hoop en verwachting dat de Zoetermeerse gemeenteraad haar verantwoordelijkheid zou nemen, is afgewacht wat het uiteindelijke besluit en de motivatie daartoe zou zijn. De klachten bleven komen en dat heeft CNV Dienstenbond doen besluiten om zelf poolshoogte te komen nemen.
Op 5 juli hebben medewerkers van CNV Dienstenbond alle winkels in Zoetermeer Stadshart bezocht om medewerkers te bevragen over de wekelijkse zondagsopening. Ook is medewerkers de gelegenheid gegeven om online een enquête in te vullen over hun mening en ervaringen over op zondag werken.
CNV Dienstenbond is geen voorstander van het uitbreiden van zondagopenstellingen van winkels.
- Ten eerste is er het principiële bezwaar. Vanuit de christelijke traditie is de zondag een bijzondere dag. Nog steeds hechten veel mensen grote waarde aan de zondagsrust.
- Ten tweede is er het sociale bezwaar. Ook medewerkers in de detailhandel willen graag weekend hebben, waarin een dag gereserveerd blijft voor bezoek aan familie en vrienden en andere sociale activiteiten.
- Ten slotte ondermijnt de zondagsopening in toenemende mate de positie en zeggenschap van medewerkers en kleine winkeliers. Veel medewerkers staan onder dwang op zondag in de winkel. De verhouding tussen werk en privé komt onder grote druk te staan
- In het besluit van het college van B&W om in Zoetermeer vrije koopzondagen toe te staan wordt aangegeven dat er door de gemeente onderzoek is gedaan onder consumenten, ondernemers en andere belanghebbenden naar de behoefte aan deze vrije koopzondagen.
Positie winkelpersoneel
CNV Dienstenbond mist in het voorstel van het college de expliciete vermelding van werknemers als belanghebbende. Dit terwijl de Winkeltijdenwet onder artikel 3, lid 6a. expliciet het voorbehoud maakt dat het belang van winkelpersoneel moet worden meegewogen in het besluit over het verlenen van een vrijstelling onder het toeristisch regime. Hetzelfde geldt overigens voor de groep winkeliers met weinig of geen personeel. Het feit dat juist deze twee groepen expliciet in de wettekst worden vermeld (dankzij een amendement van eind 2009 dat mede dankzij de inspanningen van CNV Dienstenbond is aangenomen door de Tweede Kamer) onder het betreffende artikel, maakt dat zij ook expliciet als belanghebbende doelgroep moeten worden aangemerkt in een onderzoek dat als basis voor een besluit zal dienen.
In het onderzoek "Koopzondagen in Zoetermeer" (Ruimte/SO/EZWO 31 januari 2011) lijkt het alsof het belang van de medewerker gewogen wordt. Echter, dat is schijn. In hoofdstuk 1 krijgt de werknemer drie regels toebedeeld, waarin ook nog eens staat dat: De mening van werknemers en winkeliers maakt deel uit van de voorgaande resultaten, maar is niet uit te splitsen. Uit de enquêtes die onder de winkeliers zijn gehouden is hierover meer informatie verkregen.
Ik concludeer daaruit dat er geen expliciet en kwalitatief onderzoek is geweest naar de positie en mening van de duizenden Zoetermeerse winkelmedewerkers zoals in de winkeltijdenwet geëist wordt. Vervolgens wordt in het onderzoek verder op deelgebieden ingegaan op de vraag of personeel bereid is om op zondag te werken. Een vraag die gesteld is aan ondernemers nota bene.
In dat licht concludeer ik dat er niet voldaan is aan één van de voorwaarden uit de Winkeltijdenwet die per 1 januari 2011 in werking is getreden; er is geen aandacht besteed aan de positie van werknemers in de onderzoeken die gepresenteerd zijn. Los van het feit dat daarmee het belang van de duizenden medewerkers in Zoetermeer in de detailhandel niet serieus genomen is, zijn er grote vraagtekens te stellen bij de uitkomsten die op deze wijze gepresenteerd worden.
Een gedegen onderzoek is nodig; vragen aan ondernemers of zij problemen hebben met medewerkers over werken op zondag is daarin geen optie; dat is hetzelfde als een kind van vier vragen of hij met zijn vingertjes in de snoeppot heeft gezeten; het sociaal wenselijk antwoord is "nee". Want "ja" zeggen betekent dat de onderliggende discussie opnieuw gevoerd moet worden.
Arbeidstijdenwet
Met andere woorden; de betreffende onderzoeken zullen op onderdelen een meerwaarde hebben. Op het onderdeel medewerkers hebben ze dat niet. Het belang van medewerker (en zelfstandige ondernemer) moet namelijk van grote invloed zijn op de discussie. Want zij zijn tenslotte degenen die het werk op de zondag moeten verrichten.
De Arbeidstijdenwet stelt dat werken op zondag vrijwillig is. Ook cao's in de detailhandel geven dat klip en klaar aan. De praktijk is echter anders in mijn onderzoek, zowel uit het kwalitatieve gedeelte (mijn winkelbezoeken), als het kwantitatieve gedeelte (de enquête) komt een onthutsend beeld naar voren . Medewerkers worden gedwongen te werken op zondag, weigeren leidt in gevallen tot ontslag. Medewerkers durven geen "nee" te zeggen, uit vrees dat hun tijdelijke contract niet verlengd wordt. Nieuwe medewerkers krijgen een contract waarin staat dat zij verplicht kunnen worden om op zondag te werken, volledig in strijd met de Arbeidstijdenwet. Weigeren om op zondag te werken trekt een zware wissel op collegialiteit en sfeer in de winkels, met name bij de kleine winkeliers.
Medewerkers krijgen de in alle cao's afgesproken 100% toeslag niet. Nieuwe medewerkers krijgen een contract waarin staat dat zij afzien van de zondagtoeslag, volledig in strijd met de cao. Medewerkers hebben grote moeite met de combinatie werk en privé; gezin en sportactiviteiten moeten afgezegd worden. Kortom, medewerkers hebben grote moeite met de uitbreiding van het aantal koopzondagen.
Aan de slag
Uiteraard zullen wij betreffende bedrijven rechtstreeks aanspreken op deze misstanden. Ook zal CNV Dienstenbond deze ervaringen delen met de Tweede Kamer, daar de uitkomsten van dit onderzoek exemplarisch zijn voor veel andere gemeenten die onvoldoende beargumenteerd besluiten het aantal koopzondagen uit te breiden. Tevens zullen wij onze contacten binnen Detailhandel Nederland aanspreken over het gedrag van hun achterban.
Echter, CNV Dienstenbond vraagt de Zoetermeerse gemeenteraad ook om het besluit tot het vrijgeven van de zondagse winkelopening terug te draaien. De positie van werknemers en kleine winkeliers zijn niet geborgd door deze niet expliciet als belanghebbenden te benoemen en door niet op een kwalitatief goede manier hun meningen en belangen in kaart te brengen.
Drs. F.A.M. (Fedde) Monsma,
coördinator Detailhandel CNV Dienstenbond
Onderzoeksrapport van de CNV Dienstenbond m.b.t. winkelpersoneel in Zoetermeer
Bron: Tegenverruiming.nl
