Koopzondagen pakken nadelig uit voor de eigen burgers
Geplaatst op: 17-11-2011
Indrukwekkende inspreekbijdrage over de koopzondagengekte.
Barbara de Jong, inwoonster van het Gelderse dorp Rheden en correspondent van de Regiobode, leverde op 15 november 2011 een indrukwekkende inspreekbijdrage over de koopzondagengekte.
Zij voelde zich genoopt te reageren op de informatiebijeenkomst van de gemeente Rheden over het voorstel van het College van B&W aan de gemeenteraad om het advies van de bezwarencommissie over de 52 koopzondagen niet te volgen. De commissie acht het bezwaar van de Stichting Tegen Verruiming, CNV Vakmensen en 14 winkeliers gegrond. Op 29 november 2011 neemt de gemeenteraad een beslissing.
Onder het vergrootglas
Barbara de Jong: "Ik praat niet graag over mijn verleden vanwege allerlei pech en tegenslag. Maar ik hoop dat mijn persoonlijke ervaringen zullen werken als een vergrootglas om aan te tonen dat er in de discussie rondom winkeltijden voorbij gegaan wordt aan de belangen van niet te veronachtzamen groepen burgers.
Toen ik 25 jaar geleden in Rheden kwam wonen, had ik een baby van zes maanden, geen auto en kende hier helemaal niemand: wat heb ik me eenzaam gevoeld. Maar al de tweede keer dat ik mijn brood ging kopen bij Bakkerij Ariese, stond daar Ina: "Heb ik u eerder gezien? Bent u hier nieuw komen wonen?" vroeg ze met hartelijke aandacht. Wat een verademing: ik werd gezien en gekend! Dat was een warm bad na de kille anonimiteit van Nijmegen.
Ons huis vertoonde gebreken. Om de haverklap weigerde de verwarming dienst. Daar zat ik met mijn kruipende kindje in een steenkoud huis. Zodra ik maar durfde - en dat was ruim voor acht uur 's morgens - belde ik van ellende de firma Elderman op. En steeds kwam Martin Elderman per direct.
Jo Kors van de Hobbyshop (voorloper van Fixet) bracht alle zware bouwmaterialen tot achter het huis. Koelkast, vrieskast en wasdroger werden achtereenvolgens door Expert netjes op hun plaats gezet en voor mij aangesloten.
Een paar jaar later werd ons tweede kind geboren. Ik hield aan de bevalling een ernstige bekkenbeschadiging over, waardoor ik jarenlang nauwelijks heb kunnen lopen, laat staan boodschappen doen met twee peuters. Mijn man werkte; hoe moest het eten in huis komen? Maar zie: drie keer in de week hing het brood rond half één ‘vanzelf' aan de knop van de voordeur. Service van de bakker die wist wat er achter onze voordeur aan de hand was
Ook elf jaar later, toen ons derde kind ernstig ziek was en uiteindelijk overleed, ontvingen wij wederom van de Rhedense middenstand veel hulp en hartverwarmende belangstelling om ons zware lot een stukje te verlichten.
Oog en oor voor klanten
Zo heb ik keer op keer ondervonden dat één belletje, of soms zelfs maar een knipoog, voldoende was om te mogen rekenen op de praktische diensten van onze middenstanders. Dat verdient erkenning en waardering, omdat zij, ondanks hun zesdaagse werkweek als zelfstandig ondernemer, oog en oor hebben voor hun klanten, in wie zij hun medemensen herkennen. Het ging en gaat hun niet alleen om de centen, zij wáren er voor ons met hun concrete hulp en morele steun toen wij dat nodig hadden. Een florerende middenstand is een waardevol pluspunt van het dorpsleven boven het anonieme leven in een stad.
Maar middenstanders hebben over het algemeen geen of weinig personeel. Zij hebben op gezette tijden hun rust gewoon nodig. Menselijkerwijs kunnen middenstanders het dus nooit opnemen tegen grote winkelketens die kunnen schuiven met de inzet van hun personeel. Daarom moeten wij als gemeenschap, en met ons: het gemeentebestuur, de enige vaste rustdag van de kleine zelfstandigen respecteren en zo nodig beschermen, als we er tenminste prijs op stellen dat zij de inwoners van de dorpen ook op lange termijn hun diensten kunnen blijven aanbieden. Of willen we dit subtiele maatschappelijke weefsel van betrokken dienstverlening kapot laten maken door permanente zondagopenstelling die misschien een beetje in het belang is van een paar grote supermarktketens en die verondersteld wordt ‘leuk' te zijn voor een diffuse categorie mensen van buitenaf?
Prangende vraag
Ik kom bij mijn principiële bezwaar tegen de zondagse winkelopenstelling: ik denk dat die op lange termijn nadelig zal uitpakken voor de eigen burgers. Kan het College mij uitleggen waarom de belangen van toeristen uit zouden gaan boven de belangen van de eigen inwoners?
Het argument ‘toerisme' overtuigt niet. De helft van het jaar vaart het pontje niet, dus kunnen campinggasten helemaal niet in Rheden komen. Van de dagjesmensen die per zondag naar de Veluwezoom komen, belanden er hooguit een paar honderd daadwerkelijk in de dorpen, want op de meeste zondagen zijn er nu eenmaal geen druk bezochte evenementen. Het betreft bovendien kortstondig langswaaiende passanten (die kennelijk in de watten gelegd moeten worden als verwende/ verveelde consumenten). En aan die categorie zouden de lange-termijn-belangen van de duizenden, hier permanent residerende inwoners ondergeschikt gemaakt worden? Dat lijkt me de wereld op zijn kop.
De menselijke maat
De discussie over winkeltijden moet mijns inziens niet alleen maar gaan over cijfers en centen, over economie en toerisme, over moderne tijden en niet te stuiten vooruitgang. Dat de wereld snel verandert, wordt waarschijnlijk al geroepen sinds de uitvinding van het wiel. Maar die ‘snel veranderende wereld' beperkt zich tot een minderheid van vitale, koopkrachtige, goed mobiele, werkende mensen. Alle basale levensverrichtingen zijn sinds de oertijd nog altijd ongewijzigd gebleven en grote groepen mensen hebben daar door leeftijd, ziekte of gebrek hun handen elke dag aan vol. Die mensen zie of hoor je niet, omdat ze simpelweg bijna nergens kunnen komen. Zolang er geen Homo Sapiens 2.0 op de markt is, blijft het adagium gelden: liever een goede buur dan een verre vriend, liever een meelevende middenstander dan een afstandelijke winkelketen.
De discussie over winkeltijden moet dus óók - en volgens mij: vooral - gaan over de menselijke maat en over wat voor een samenleving wij hier voor onszèlf willen, nu èn in de toekomst. Moeten we hier elke zondag de winkels open willen hebben? Tegen welke prijs? Hier moeten we de waarden koesteren die in steden schaars zijn, namelijk natuur, ruimte, rust, kleinschaligheid en nabuurschap: elkaar bijstaan als de situatie daar om vraagt. In dat nabuurschap vervullen de diensten van de middenstand een onmisbare rol.
Geachte leden van de Raad van Rheden, ik leg u nogmaals de vraag voor:
Wie zijn belangrijker: de toeristen of de eigen inwoners?"

