Handen af van de collectieve rustdag
Geplaatst op: 18-05-2011
Den Haag - Het overgrote deel van de kleinere ondernemers wil op zondag graag op adem komen.
Een opvallende coalitie van SGP en SP steunt hen daarin en stelt: meer koopzondagen, zoals D66 en GroenLinks willen, zijn een heilloze weg.
Een collectieve rustdag is een goed recht voor winkeliers en werknemers. Meer koopzondagen zijn een heilloze weg. Winkelier en werknemer moeten harder werken ten koste van hun vrije zondag. SGP en SP steunen het voorstel van D66 en GroenLinks om gemeenten zelf te laten bepalen hoe vaak de winkels op zondag open mogen daarom niet. Dat voorstel zal in de praktijk alleen maar leiden tot meer koopzondagen. Plaatselijke discussies zoals deze maand in Zoetermeer laten dat duidelijk zien.
Toerisme?
Het initiatiefwetsvoorstel van D66 en GroenLinks is een reactie op het breed interpreteren van de toerismebepaling in de Winkeltijdenwet. Deze bepaling regelt dat gemeenten vaker dan twaalf keer per jaar open mogen als sprake is van een toeristische bestemming. Gevolg is dat bijvoorbeeld in Amsterdam-Noord en op meubelboulevards als het Alexandrium in Rotterdam, winkels vaak open zijn op zondag zonder dat er een relatie is met toerisme.
Door de gemeente zelf te laten bepalen of op zondag de winkels open mogen - en de toerismebepaling te schrappen - denken D66 en GroenLinks beter in te kunnen spelen op de wensen en behoeften van de plaatselijke bevolking. Dat lijkt nobel en democratisch, maar gaat volledig voorbij aan de kleine ondernemers. Zij worden dan gedwongen hun enige vrije dag in de week op te offeren om de concurrentieslag met de grotere winkelketens aan te kunnen. Uit onderzoek van brancheorganisatie Mitex blijkt zelfs dat 90 procent van de kleine winkeliers helemaal geen extra koopzondagen wil. Ook hebben zij minder mogelijkheden om op zondag personeel in te zetten.
Recht van de sterkste
Een oude wijsheid is dat een euro maar één keer kan worden uitgegeven. Als winkels zeven dagen open zijn in plaats van zes, betekent dat niet dat de klant meer te besteden heeft. Alleen dat hij hetzelfde geld in zeven in plaats van zes dagen zal besteden. Vooral voor kleinere winkeliers wegen de inkomsten van een extra handelsdag niet op tegen de kosten die hiervoor gemaakt worden. Het recht van de sterkste zal daarmee zegevieren en de kleine winkeliers zullen uiteindelijk de concurrentieslag verliezen. Dat heeft vervolgens weer nadelige gevolgen voor de werkgelegenheid.
Kleine middenstand
D66 en Groenlinks onderbouwen hun standpunt met de theorie dat de behoeften aan koopzondagen per gemeente zeer verschillen. Wat zij echter als conclusie uit de evaluatie van de Winkeltijdenwet niet meenemen, is dat de wensen van winkelketens en kleine winkeliers juist ook binnen gemeenten sterk uiteenlopen. Alle gemeenten zien graag dat de eigen middenstand het goed doet. En winkelend publiek dat met een koopzondag naar de eigen stad kan worden gelokt lijkt economisch gezien pure winst. Als het dus aan een gemeente zelf ligt, is de kans heel groot dat voorbij wordt gegaan aan de wensen van kleine middenstanders. Nu al is minstens twintig procent van de ondernemers op zondag vaker open dan men wil. Zij worden gedwongen op zondag in de winkel te staan of te sluiten.
Als een gemeente vervolgens elke week koopzondag heeft, dan verliest de middenstand in buurgemeenten omzet. Dus wordt ook in een gemeente verderop aangedrongen op meer koopzondagen. Dat mechanisme wordt door D66 en GroenLinks ontkend. Er zijn echter voorbeelden genoeg waaruit blijkt dat gemeenten niet bestand zijn tegen de druk van een enkel grootwinkelbedrijf of supermarkten. Dat is een van de redenen waarom het voorstel van D66 en GroenLinks niet zal blijken te werken. Nog vaker dan nu al gebeurt, zullen ondernemers tegen hun zin hun vrije zondag op moeten geven als zij het hoofd boven water willen houden.
Oppervlakkige evaluatie
Niet in de laatste plaats belemmert het moeten werken op zondag de winkeliers en medewerkers in hun mogelijkheid tot het nemen van verantwoordelijkheden buiten het werk, zoals zorgtaken, of deelname aan het maatschappelijke en kerkelijke leven voor werknemers en kleine zelfstandigen.
De huidige Winkeltijdenwet bepaalt dat winkels in principe op zondag gesloten zijn, met een uitzondering voor twaalf zon- en feestdagen in het jaar en toeristische plekken zoals de binnenstad van Amsterdam. De SGP en de SP zijn van mening dat verruiming van de mogelijkheden voor koopzondagen niet gewenst is. Gemeenten gebruiken de mogelijkheid om zich toeristisch te noemen, maar dat mag nooit ten koste gaan van andere waarden. Voor SGP en SP is het binnen de huidige wet belangrijk dat deze beoordeling tot stand komt na het goed overwegen van de verschillende belangen, dus van inwoners, het midden- en kleinbedrijf, werknemers en de omwonenden. Dat gebeurt nu te oppervlakkig. Daarom is het noodzakelijk dat de minister gemeenten die heel gemakkelijk tot extra zondagsopenstelling overgaan, zoals in Zoetermeer, tot de orde roept.
Het mag duidelijk zijn dat SGP en SP op verschillende gronden waarde hechten aan het belang van een vrije zondag. Wat ons bindt, is de overtuiging dat een collectieve rustdag in de week een groot goed en een recht is voor iedereen.
Sharon Gesthuizen en Elbert Dijkgraaf zijn Kamerlid voor respectievelijk de SP en de SGP.
Bron: Katholiek Nieuwsblad
